Wat is Zomerparkfeest? Contact Pers Nederlands English Deutsch

Rom blogt

  • 30-01-2009  - Over precies zeven maanden zijn we al aan de laatste dag van het 33e Zomerparkfeest 2009 bezig. Klinkt ver weg nog met die gure winterwind om je heen. In die tweeëndertig jaren heeft het festival al een geweldige ontwikkeling doorgemaakt. Een lange evolutie na een stormachtige revolutie. Als je Darwin mag geloven dan blijven de meest fitte eigenschappen van het festival over. En na het lezen van Bas Haring’s “Kaas en de evolutietheorie” of het bekijken van Marcel's Venlolezing, kun je in niets anders meer geloven dan de geleidelijke ontwikkeling. Als het zich voortplant tenminste. Dat is essentieel. Géén masterplan met vooropgezette bedoelingen, maar de beste ideeën blijven over. Die hebben zich verankerd in het ideeëngoed van de eerste vrijwilligers en hun opvolgers. Bij het Zomerparkfeest is het niet anders. Deze generatie heeft eigen ideeën, maar met een enorme bagage aan eigenschappen van het feest die de jaren hebben overleefd. Daarom is het geworden zoals het is. Ideeën moeten wel worden geboren anders kan er niks overleven in een veranderende omgeving. Dus het aantal nieuwe ideeën moeten we stimuleren. Wie weet zit er een geniale gedachte tussen. Er is in de voorgaande decennia van alles geprobeerd en steeds blijft er wat hangen. Sommige veranderingen slaan niet aan. Misschien op een verkeerd moment. Kan ook. Of gewoon geen goed idee. Andere hebben volop succes. Toevallig, zou Bas Haring beweren. Alle ideeën moeten zich ook voortplanten. Om te bekijken of ze levensvatbaar zijn. Nou, daar hoef je met het aantal vrijwilligers wat het Zomerparkfeest telt, niet bang voor te zijn. Darwin op z’n best.
  • 24-01-2009  - Eten verbroedert. Dat heb ik gisteren weer aan den lijve ondervonden. In L’Amuse. Italiaans koken op de Stalbergweg. Zo’n dertien gerechten maken in kleine groepjes. En daarna smullen met z’n allen, beneveld door de bieren en de wijnen. Eten in de gele Zomerparkfeest vrijwilligerstent is ook zo’n belevenis. Alleen daar hoef je zelf niks klaar te maken. Alles wordt voor ons in de veldkeuken gemaakt door Alois, Mies, Marlie, Sasan, Nico, Corrie, Caroline, Elif en al die anderen. Met z’n allen aan lange tafels. Gekakel en geouwehoer. Napraten en je trots voelen wat je allemaal gedaan hebt die dag. Sterke verhalen en proestende moppen. Na gedane arbeid is het altijd goed eten. Ik zie het weer zo voor me. Iedereen aan het eten en bijdrinken. De ruwe handen van de podiumbouwers, de frêle vingers van de dames uit de kassateams, de naar werkhandschoenen stinkende handen van de hekkensjouwers, de platte typevingers van de Parkpraot redacteurs, de gekleurde vingers van de kids uit het kidzteam, de gealuminiumiseerde handpalmen van de trussenploeg, de groene vingers van Toen Jacobs aan de koffie ‘s morgens, de hele grote handen van de hele grote veiligheidsmensen, de naar knoflook ruikende Beppo, de naar vers bier geurende kleren van Louis, de wafelgeur rondom Jos Lamers, de schone handen van de opgeluchte EHBO’ers. Iedereen komt in de tent gedurende de festivaldagen. Daar focusseert het vrijwilligerswerk zich. In de culinaire oase van het Sef’s keteerke. Inderdaad, eten verbroedert.
  • 17-01-2009  - Ik was jullie nog wat vergeten te vertellen. Thuiskomend van 10 jaar “In Betweens” in perron55 zondag, ontdekte ik drie dagen later vier CD’s die ik enerzijds gekregen, anderzijds voordelig had gekocht, in de binnenzak van mijn gevoerde winterjas. Hoe kon ik het vergeten zijn. Sukkel die ik ben. Prutser, zoals Wim Helsen het noemt. Opgeslokt door even iets anders, zullen we maar zeggen. Ik zette voor ik weg moest Bart Oostindie op. Heerlijk. Ik werd nog vrolijker. Ik verloor me. Ik kan niet meteen op mijn fiets stappen. Ik wilde meer. Nog meer. Ik realiseer me ineens een wereld zonder muziek. Een wereld zonder lekkere deuntjes. Een wereld zonder een mooie ietwat hesige stem. Een wereld zonder verassende melodielijnen. Geen beat. Geen breaks. Een wereld zonder sfeervolle akkoorden van een Mike Roelofs. Een wereld zonder. Ik moet er niet aan denken. Een soort post-kernoorlog scenario. Leeg. Kaal. Ik schrijf dit stukje, direct geïnspireerd door “Starling Hill” van het Searing Quartet. Ik schaam me dood. Nog koud. Die CD. Helemaal onderkoeld geweest in mijn binnenzak. En dat terwijl de sopraansax van Peter Hermesdorf mij nu gloeiend ontroert via de koptelefoon. En Egbert Derix niet te vergeten. Ik heb ze allemaal ooit eens gezien of sommigen ook gesproken. Ze wonen niet ver weg. Sommigen in de stad, anders iets daarbuiten. Peter Beeker´s Ongenode Gasten CD was ook nog beslagen. En onderkoeld. Maar zijn rauwe stem blijf je herkennen uit duizenden. Ik ben blij dat er muzikanten zijn. Ik ben blij dat er regionale muzikanten zijn. Gesteund door het "In Betweens" label. Dat was ik nog vergeten te vertellen, maar ik was het nog niet vergeten.
  • 13-01-2009  - Eind goed, al goed. We hadden hele grote problemen met de zes “ParkPower” uitzendingen van Omroep Venlo van het Zomerparkfeest 2008. Twee afleveringen over de voorbereidingen en de vier dolle dagen in augustus. Prachtige uitzendingen dit jaar. Veel muziek en (straat)theater. Het leek weg. Geen vrijwilligerscadeau. Niet meer te openen. Beschadigd. Omroep in paniek. Wij in paniek. En toen kwam daar Louk Voncken. De Messias. De Verlosser. Niet alleen in cultureel opzicht, maar ook puur praktisch. Hij heeft het voor elkaar gekregen om zes afleveringen uiteindelijk onbeschadigd op één DVD te persen. Het gaat ten koste van de beeldkwaliteit, maar wie draalt daar nu om in deze youtube wereld. En natuurlijk zit daar ook zijn bijzondere documentaire “Venlo is … “ bij. Ook een cultureel pareltje van zijn hand. Of beter, uit zijn creatieve brein. Als er iets het Zomerparkfeest kenmerkt, is dit het wel. Het Zomerparkfeest zit vol met Verlossers. Neem bijvoorbeeld Dirkx Electronics. Begonnen in 1974 als eenvoudig familiebedrijf. Nu wordt het vijfendertig jarig multifunctioneel bedrijf gerund door Wout en zijn vrouw Dorry, van het aloude Dirkx geslacht. Wout lost ook alles op. Maakt desnoods snel een hele nieuwe verlichting in de stokoude spiegeltent, inclusief nooduitgangbordjes. In een handomdraai. Waar gebeurd. Vlak voor tijd op woensdagmiddag. Zonder zichtbare stress. En toen de sponsor avond daarna losbarstte, kletsten alle sponsoren door elkaar heen. Alsof het allemaal heel normaal was. En Wout genoot stilletjes van een welverdiend pilsje. Ik heb het gezien. Eind goed, al goed.
  • 09-01-2009  - De sneeuw heeft het hele Julianapark bedekt alsof het een brede schaal oliebollen is bepoederd met een te dikke laag poedersuiker. Je kunt nauwelijks je weg meer vinden. Je hebt ook bijna niets meer aan je herrinneringen, want de loop van het geijkte pad is veranderd. De knik is eruit. Vanuit het nieuwe stoplicht op de Burgemeester van Rijnsingel kijk je bij wijze van spreken al recht op het altaar van Kapelaan Breuren. Een smalle strook gesmolten drab verraadt waar het fietspad loopt. Of althans waar de meesten hebben gereden. Ik stel me zo voor dat de eerste fietser een wielafdruk maakt door het maagdelijke sneeuwdek. Heerlijk is dat. De eerste zijn. De tweede volgt haast automatisch dat spoor. Zo zit een mens en een schaap nou eenmaal in elkaar. De derde ziet al een lichte warboel van strepen door elkaar heen lopen van voorwielen en achterwielen. Of achterwielen en voorwielen. Slingerend om elkaar heen. En probeert een van de sporen te volgen. Dat lukt niet. Na de vierde zijn de afzonderlijke wielerbanen al nauwelijks meer te herkennen. Een smalle strook is platgewalst. Gladgewalst. Iedereen is gespitst om niet te gaan glibberen en te vallen. Een hand opsteken als je een bekende ziet kan fataal zijn. Na enkele honderden banden treedt de smeltfase in. De verijsde sneeuw wordt een halfzacht papje met een lichte verkleuring. Dan gaat het hard. De waterige bruine zanderige zooi wordt een soort pad. Een zwarte baan in het wit afstekend. Als een ruwe pennenstreek met oostindische inkt op hagelwit gestreken papier. Ik ben blij dat het Zomerparkfeest in de zomer is. Ja. He. He. Anders had het ook Winterparkfeest geheten.