Wat is Zomerparkfeest? Contact Pers Nederlands English Deutsch

Rom blogt

  • 27-09-2010  - Het Julianapark ligt er weer als een biljartlaken bij. Het middengebied. En strak getrokken taluds. Maar de plassen liggen er nog. Het water wil maar niet weglopen. Laatst schreef ik nog over de diepe groeven in de modder. Mijn opmerkingen zijn dus niet aan dovemans oren gericht geweest. Althans dat houd ik mezelf maar voor. Een zitbankje ligt losgeschroefd op de verweerde stadsmuur. Als een kunstwerk. Ik sta te wachten voor het voetgangersstoplicht bij de Burgemeester van Rijnsingel om vanuit het Julianapark naar de Stalbergweg te gaan. Auto's razen voorbij. Auto's in allerlei formaten. Allerlei kleuren. Allerlei merken. Met allerlei bestuurders. Passieve en actieve. Dat is wat me opviel, wachtend voor de aftellende gele led lampjes in een rondje. Aan het aantal lampjes kun je zien wanneer je door kunt fietsen. Nog vier, drie, twee, een. Ik kijk nog wel of het echt groen is. Maar toch. Je kunt erop rekenen. Maar goed. Ik had het over de automobielen die voorbij zoeven. Ik zal proberen uit te leggen wat ik bedoel. Sommige bestuurders hangen echt in die comfortabele autozetel. Diep weggezakt in de zachte kussens van hun Opel Astra of oude Mustang. Beetje lui ziet dat eruit. Beetje ongeïnteresseerd. Vroeger rookte zo iemand er nog bij met het raampje open. Met een gouden ketting. Glinsterend in de zon. De auto doet het werk. Bij het optrekken drukt de rugleuning tegen de rug van de rijder aan en daardoor verplaatst hij zich. Meestal is de rugleuning ook nog ver naar achteren gedraaid. Nog luier. Soms zitten er juist 'fietsers' in de auto. Dat zijn de actieve rijders. Het is net of ze zelf ook nog energie in de voortbeweging willen stoppen. Net als bij tweewielrijders. Zelf trappen. Dit type autorijder zit vaak ook dichter op het stuur en rechtop. Ze zien alles. Met een beetje naïeve blik in hun ogen, observeren ze hun eigen weghelft. Zo tuur ik nog wat over de tweebaansweg en naar de bouwactiviteiten nabij de nieuwe tunnel. Plots merk ik dat het groen is en dat ik waarschijnlijk al enkele mogelijkheden om over te steken heb laten liggen. Dat zie ik ook een beetje aan de reactie van de mensen in tegenovergestelde richting. Die kijken me een beetje verdwaasd aan. Ik had even diep in gedachten mijn eigen wereldje geschapen.